De ontdekking
Zestien jaar was ik en de niet-erg-trotse bezitter van een beugel, puisten en in twee staartjes gebonden stro-haar. Mijn lerares engels was mijn favoriete vrouw ter wereld. Ze had stijl, bruin haar tot haar middel en de groenste ogen die ik ooit had gezien. Haar les op woensdagochtend was mijn favoriete van de week en hoewel ik een luie havo-leerling was, stond ik voor haar vak een acht. Als ik wist dat zij tussenuur had, sloop ik de les uit om even om de deur van de lerarenkamer te gluren.
Van biseksualiteit had ik nog nooit gehoord. In een boek had ik wel over homofilie gelezen, maar lesbisch, dat was ik niet. Ik had immers vriendjes gehad, jongens leuk gevonden. Dan was ik toch gewoon hetero? Ik raakte bevriend met een meisje dat openlijk lesbisch was. Zij vertelde me dat je ook op jongens én meisjes kon vallen. Bi, heette dat. Ik was verbaasd en deed navraag bij mijn moeder. ‘’Biseksuelen’’, zei ze, ‘’die doen het met iedereen. Fijn van twee walletjes eten, bah!’’
Ondanks de heftige reactie van mijn moeder, zetten de woorden van mijn vriendin me aan het denken. Kon ik bi zijn? Ik twijfelde opeens aan de stomste dingen die ooit onschuldig, maar nu misschien wel een soort van bewijs waren. De bewondering die ik als kind voor de moeder van een klasgenootje had, zou weleens ‘het eerste teken’ geweest kunnen zijn. Dat ik vrouwenbenen altijd al mooi vond, was nu verdacht. Dat ik later kinderen zou krijgen met een leuke man, was niet meer vanzelfsprekend. En die fascinatie met de lerares engels... was dat mijn eerste bi-verliefdheid?
Eigenlijk wist ik meteen dat ik het was. Toch vond ik het eng om toe te geven. Mensen zouden me raar vinden, misschien wel net zo heftig reageren als mijn moeder, en dat wilde ik niet. Ik wilde er juist bij horen, zo zijn als ieder ander. Na een tijdje durfde ik het vriendinnen te vertellen. Niemand maakte er een probleem van. Mijn moeder bleef echter een obstakel. Haar heftige woorden van toen was ik niet vergeten en ik heb het haar pas afgelopen zomer officieel verteld. Ze reageerde positief, wist nieteens meer dat ze destijds zoiets negatiefs gezegd had. Soms merk ik wel dat ze er moeite mee heeft. ‘’Neem nou maar gewoon een leuke kerel mee naar huis’’, zegt ze dan opeens. Alsof verliefdheid te plannen is.
Twee jaar na mijn eigen eindexamen ben ik terug op mijn middelbare school voor de diploma-uitreiking van mijn broertje. Ik wandel door het gebouw. Het is niks veranderd. Blauwe muren en grindtegels. Ik sla de hoek om en daar staat ze opeens. Haar bruine haar iets korter. Haar ogen even groen als toen. Mijn hart slaat een slag over en er borrelt iets in mijn buik.
Patricia
Tags:
